Ik kan weer wenen.
Dat was ongeveer 11 jaar geleden, denk ik. Wat is er ondertussen allemaal gebeurd: één oma gestorven, drie dochters geboren, en nog een drietal niet-zo-verre begrafenissen. Maar wenen? Nee. Sorry. Ging niet.
En toen, het is haast te belachelijk voor woorden: Club Brugge – Westerlo. Een beeldverslag op Studio 1. Allemaal hartstochtelijk wenende voetballers. Een stadion vol mensen die hun tranen lieten lopen. Als een soort statement: ja, wij zijn jongens, maar het gaat niet meer…
Ik heb bij dat verslag, en het half uur erna, zomaar zitten wenen. Ik dacht: het gaat wel weer over.
Maar het gaat niet over. Een film in de cinema: wenen. B-film op tv? Wenen. Knap concert: tranen.
En gisteren was het hek weer van de dam: op het werk, tijdens een goed georkestreerde ’show’, geleid door m’n baas. Die begon met een simpel filmpje over spelende kinderen, dat ik drie jaar geleden gemaakt had. Nooit mee geweend.
Tot gisteren. Schaamteloos weggedoken in schemering.
Sorry hè jongens. ‘t Voelt als verraad.



