Waterpokken. Windpokken. Onze driejarige wolk.
En zweten. Wenen. Plassen doet zoveel pijn. In de ogen wrijven. Jammeren.
Ondertussen liggen wij te puffen, beetje overvallen door een laagkempische inversie, plakkerig van even in de tuin te werken. En dan moet dat mormeltje van ons net nu door zo ‘n akelige kinderziekte.
“Ik wil een huisje bouwen. En dan moeten de stipjes daar gaan wonen. Die mogen niet bij mij wonen. Mijn stipjes in mijn huisje.”
S is van poësie



