Met de beste intenties hebben we een weekendje cadeau gedaan aan m’n zus en schoonbroer. Zij migreren 60 uur naar Zeeland, wij letten even lang op hun gebroed. Dat betekent dat we twee nachten van drie naar zeven kinderbedden gaan. Een soort Von Trapp voor één weekend.
Bij de belofte voor ‘de opvang’ (wat haat ik dat woord – alsof je kinderen bezinksel zijn en mijn rol die van een sterfputje is) hoorde het engagement om de kinderen zoveel mogelijk van hun normale weekendbezigheden te gunnen. Dat steekt: het schema vertoont ongeveer 10 activiteiten en volledige uitvoering zou betekenen dat we voortdurend over & weer aan het hollen zijn tussen Aarschot en Leuven. Daarom word in uitgebreid overleg geschrapt: geen dictie, geen atletiek, geen tekenschool, enz. Alleen de min of meer verplichte aanwezigheden (vier zinnen gaan zeggen tijdens een toonmoment op school) worden ingewilligd.
Resultaat: nog steeds een ingewikkelde puzzel. Maar op één of andere manier vind ik het wel geestig. Kindermanagement. Geheel ter heil hunner ontwikkeling. Dat de toekomstige generaties ons alvast dankbaar mogen zijn om zoveel toewijding.
Tenslotte zijn zij ook zo begonnen, toch?



