Een jaar geleden viel een kaartje in de bus. Geboorte van het eerste dochtertje van een goeie kennis. Die goeie kennis beschouwt mij als één van de voorbeelden in z’n leven. Ik vind het zelf ook lachwekkend, maar het is zo, en wellicht het gevolg van een lang verleden als vormingsmens. Dan moet je dat zijn, van negen tot vijf en vaak daarbuiten.
Het kaartje stond een half jaar in het daartoe voorziene rekje op de kast. Het charmeerde me zoals elk geboortekaartje. Maar ik antwoordde nooit.
“Ik heb een half jaar niet gebeld uit koppigheid. Ik had toch minstens verwacht dat je een kaartje zou sturen.” Gisteren had hij de moed bijeen geraapt om me te bellen.
Het kost me moeite om dat uit te leggen, en het is voor veel mensen misschien sociaal onaangepast gedrag… Maar zo werken mijn ‘relaties’. Zodra ik een morele verplichting voel om iets te doen is de pret er al af. Dat kost me vriendschappen, jawel. Ik kan een vijftal mensen opnoemen die het me wellicht kwalijk nemen dat ik niet zorgzamer ben met aandacht. Ik pleit schuldig.
Het werd wel een heel fijn telefoongesprek. Leuk dat hij gebeld heeft. Moet ik ook ooit eens doen…



