Feeds:
Berichten
Reacties

tearjerker

Ik kan weer wenen.

Dat was ongeveer 11 jaar geleden, denk ik. Wat is er ondertussen allemaal gebeurd: één oma gestorven, drie dochters geboren, en nog een drietal niet-zo-verre begrafenissen. Maar wenen? Nee. Sorry. Ging niet.

En toen, het is haast te belachelijk voor woorden: Club Brugge – Westerlo. Een beeldverslag op Studio 1. Allemaal hartstochtelijk wenende voetballers. Een stadion vol mensen die hun tranen lieten lopen. Als een soort statement: ja, wij zijn jongens, maar het gaat niet meer…

Ik heb bij dat verslag, en het half uur erna, zomaar zitten wenen. Ik dacht: het gaat wel weer over.

Maar het gaat niet over. Een film in de cinema: wenen. B-film op tv? Wenen. Knap concert: tranen.

En gisteren was het hek weer van de dam: op het werk, tijdens een goed georkestreerde ’show’, geleid door m’n baas. Die begon met een simpel filmpje over spelende kinderen, dat ik drie jaar geleden gemaakt had. Nooit mee geweend.

Tot gisteren. Schaamteloos weggedoken in schemering.

Sorry hè jongens. ‘t Voelt als verraad.

pok

Waterpokken. Windpokken. Onze driejarige wolk.

En zweten. Wenen. Plassen doet zoveel pijn. In de ogen wrijven. Jammeren.

Ondertussen liggen wij te puffen, beetje overvallen door een  laagkempische inversie, plakkerig van even in de tuin te werken. En dan moet dat mormeltje van ons net nu door zo ‘n akelige kinderziekte.

“Ik wil een huisje bouwen. En dan moeten de stipjes daar gaan wonen. Die mogen niet bij mij wonen. Mijn stipjes in mijn huisje.”

S is van poësie

beth

Zachtjes in coma. Schuld van Beth Gibbons en haar vriendjes.

Gisteren Portishead gezien en gehoord en haast geroken en gevoeld. Vorst Nationaal was minder cosy dan het Luna-theater (94) of de Hallen van Schaarbeek (96) maar o, o, o,…

Third is nu even de cd van het jaar (alsof ik er meer dan 10 hoor op een jaar). En als K me morgen beu is, mag Beth altijd koffie komen drinken. Zelfs als zegt Jo.han dat ‘dat nu toch echt geen mooie vrouw is’. Het maakt niks uit. Ze is een binnenstebuiten gedraaid hart met veel hersenen.

Ik denk dat ik verliefd ben

forever 26

Forever 27. Het is een statement bij jonge rockers. Jim Morrison, Jimi Hendrix, Brian Jones, Janis Joplin en Kurt Cobain: allemaal gestorven toen ze 27 waren.

Vandaag is François Sterchele gestorven. Auto-ongeluk. Een Porsche in de vernieling gereden, midden in een warme nacht. Nog één match te gaan, en het seizoen was voorbij. Behoorlijk rock ‘n roll. Nogal James Dean.

Ik slik. En nog eens.

Van Sterchele onthou je vooral hoe hij in een grote boog wegrende van de goal, wapperend handje naast zijn oor, kamerbrede lach. Ik vond het een heerlijke voetballer. Een geweldig talent. En wat hem zo charmant maakte: hij was van iedereen. Overal waar hij speelde had hij alle supporters mee, en waar hij vertrok bleef hij graag gezien. Dat is niet evident.

Ik denk dat het aan die lach ligt.

k s t

Kristin Scott Thomas. Zonder twijfel. Voor Angelina.

Heb afgelopen dagen twee films gezien. Gisterenavond, Mr & Ms Smith. Met Brangelina. En alleen daarom leuk. Niet meer dan leuk. Flutverhaal, overdreven geacteerd, veel woordgrapjes, en in beeld gebracht als een reclamespot. Hersenloos languit liggen. Goed voor een dinsdagavond.

Vorige zaterdag nog eens met Katrin naar een bioscoop gegaan. Dat was (de Ratatouilles niet meegerekend) minstens een jaar geleden. Foei. We hadden erg lang getwijfeld wat we zouden gaan zien (de regel is: geen geweld, geen horror, geen rip- off en geen sequel). Dus werd het Il y a longtemps que je t’ aime. Kristin Scott Thomas in de rol van haar leven. Geen gram make-up in deze film. Geen scène teveel. Alleen het pure en ijzersterke verhaal van twee zussen.

Tot tranen toe bewogen. En zielsgelukkig dat een film als deze nog kan gemaakt worden. Alsof we zaterdag een geweldig boek gelezen hebben. Zo moet film zijn.

petanque

Durfde het vanmiddag, bij de pauze, niet eens vragen voor de hele hoop mensen. Heb dan maar beetje stiekem twee collega’s meegelokt. Naar buiten. Voor ons ministerie ligt een grote groene strook met zavel-paadjes. Ideaal petaqueterrein. Ik had al twee jaar een setje in de kast steken. Van die metalen. Zo ‘n mini-atomium.

Tien minuten gespeeld. Nog zes collega’s kwamen een kijkje nemen, ook een bal werpen. Petanque is aanstekelijk, omdat het zo simpel is. En omdat je zelfs op de drukke Koning Albert II-laan een zweem van pastis in je neus krijgt als je die bollen uit de verpakking haalt.

O ja: gewonnen ;-)

buspraat

Ik erger me zelden. Maar zelf semi-ambtenaar zijnde ben ik behoorlijk allergisch aan één ambtenaar die zich luidruchtig als hét prototype van de foute ambtenaar elke dag in de bus nestelt. En zijn voor iedereen hoorbare gesprekken met de chauffeur ergeren mij mateloos. Vandaag: Oostenrijk.

G: “Heb je het nieuws al gehoord?”

C: “Nee.”

G: “Van in Oostenrijk.”

C: “A ja.”

G: “Dat kunt ge toch niet geloven hè. 37 kinderen heeft die mens in die kelder gemaakt. Mannen mannen toch.”

C: “Hoe? Dat waren er toch 7?”

G: “Nee, nee. 37. En denk maar niet dat dat in België niet gebeurt hè. Dat is overal zo hè. Dat gebeurt overal, mannen. Die mensen moesten ze de rest van hun leven in een gesticht steken. En ons maatschappij is daar veel te laks voor. En die politiekers die peinzen alleen maar aan hun eigen bankrekening hè. Mannen mannen toch.”

Zucht.

kinderstress

Met de beste intenties hebben we een weekendje cadeau gedaan aan m’n zus en schoonbroer. Zij migreren 60 uur naar Zeeland, wij letten even lang op hun gebroed. Dat betekent dat we twee nachten van drie naar zeven kinderbedden gaan. Een soort Von Trapp voor één weekend.

Bij de belofte voor ‘de opvang’ (wat haat ik dat woord – alsof je kinderen bezinksel zijn en mijn rol die van een sterfputje is) hoorde het engagement om de kinderen zoveel mogelijk van hun normale weekendbezigheden te gunnen. Dat steekt: het schema vertoont ongeveer 10 activiteiten en volledige uitvoering zou betekenen dat we voortdurend over & weer aan het hollen zijn tussen Aarschot en Leuven. Daarom word in uitgebreid overleg geschrapt: geen dictie, geen atletiek, geen tekenschool, enz. Alleen de min of meer verplichte aanwezigheden (vier zinnen gaan zeggen tijdens een toonmoment op school) worden ingewilligd.

Resultaat: nog steeds een ingewikkelde puzzel. Maar op één of andere manier vind ik het wel geestig. Kindermanagement. Geheel ter heil hunner ontwikkeling. Dat de toekomstige generaties ons alvast dankbaar mogen zijn om zoveel toewijding.

Tenslotte zijn zij ook zo begonnen, toch?

sociaal onaangepast gedrag

Een jaar geleden viel een kaartje in de bus. Geboorte van het eerste dochtertje van een goeie kennis. Die goeie kennis beschouwt mij als één van de voorbeelden in z’n leven. Ik vind het zelf ook lachwekkend, maar het is zo, en wellicht het gevolg van een lang verleden als vormingsmens. Dan moet je dat zijn, van negen tot vijf en vaak daarbuiten.

Het kaartje stond een half jaar in het daartoe voorziene rekje op de kast. Het charmeerde me zoals elk geboortekaartje. Maar ik antwoordde nooit.

“Ik heb een half jaar niet gebeld uit koppigheid. Ik had toch minstens verwacht dat je een kaartje zou sturen.” Gisteren had hij de moed bijeen geraapt om me te bellen.

Het kost me moeite om dat uit te leggen, en het is voor veel mensen misschien sociaal onaangepast gedrag… Maar zo werken mijn ‘relaties’. Zodra ik een morele verplichting voel om iets te doen is de pret er al af. Dat kost me vriendschappen, jawel. Ik kan een vijftal mensen opnoemen die het me wellicht kwalijk nemen dat ik niet zorgzamer ben met aandacht. Ik pleit schuldig.

Het werd wel een heel fijn telefoongesprek. Leuk dat hij gebeld heeft. Moet ik ook ooit eens doen…

snot

Wist ik veel dat snot in het Engels ook snot is. In het Engels klinkt het trouwens veel leuker. Hooguit als een Jim Henson-personage. Zeker niet als de beek uit mijn neus.